Inhakend op het actuele onderwerp over het al dan niet aanwezig zijn van
oren en/of staarten bij honden, wil ik dit gegeven ook eens benaderen vanuit
een hele andere hoek, namelijk die van de gedragswetenschap.
Zoals je waarschijnlijk wel weet, stamt
de hond af van de wolf.
Als gevolg van een langdurig proces van ingrijpen door de mens in
de natuurlijke fokselectie van deze voorvaderen van onze honden
zijn de ontelbare hondenrassen tot stand gekomen (= domesticatie).
De invloed van deze evolutie op het gedrag van de hond is
verbazingwekkend klein geweest; het gedrag van onze honden ligt nog steeds
erg dichtbij dat van de wolf. Bovendien beschikken de wolf en de hond over
precies dezelfde communicatiemiddelen, zoals onder andere oren,
staart en mimiek (gezichtsuitdrukking).
Deze stellen het dier in staat om ‘een goed gesprek’
met een soortgenoot aan te gaan,
en is indien gewenst zonder ondertiteling internationaal inzetbaar.
Uit jarenlange studies door tal van (gedrags)biologen
in binnen- en buitenland (zie o.a. ‘The dog’s mind’ van Bruce Fogle)
naar lichaamstaal bij wolven en honden
is gebleken dat deze ‘goede gesprekken’ héél subtiel verlopen.
Dat komt doordat ze voornamelijk bestaan uit kleine houdingsverschillen
die elkaar bovendien razendsnel opvolgen.
Het menselijk oog is dan ook nauwelijks in staat om alles waar te nemen.
(Lang leve de videocamera!!)
Neutraalstand
Een neutraalstand past bij een kalm en ontspannen dier.
Zowel iedere afwijking t.o.v. de neutraalstand alsook de neutraalstand zelf,
zijn communicatie-signalen.
Doordat wolven (en hun ‘look-a-like’s) beschikken over
duidelijke neutraalstanden van de :
staart: hangend, iets afstaand van de achterhand;
oren: staand;
mimiek: gezichtsuitdrukking goed te zien;
kunnen wij ze beschouwen als de ‘communicatiedeskundigen’.
Hoe zit dat bij de hondenrassen?
De invloed van de domesticatie op de uiterlijke kenmerken
is enorm groot geweest.
Vergelijk bijvoorbeeld maar eens de rasstandaard (neutraalstanden)
van een Chihuahua met die van een Bloedhond
en denk dan nog eens terug aan de wolf…..
en het is duidelijk dat er door het fokken op ideaalbeelden van de mens
nu voor iedereen een aantrekkelijke hond te vinden is.
De staart
Een hond die zich onderdanig of zelfs angstig wil tonen,
trekt zijn staart laag tegen zich aan.
En denk nu eens aan de staart van een Whippet……
Bij dit ras is de neutraalstand (zie rasstandaard)
zó gefokt dat de hond onbedoeld onderdanige signalen uitzendt.
Een hond die zich zelfverzekerd wil tonen, zet zijn staart recht omhoog.
En denk nu eens aan de staart van een Beagle……
Hier is een neutrale staart (zie rasstandaard)
een soort antenne-achtige staart,
extra geaccentueerd met een wit puntje.
Ga maar na wat voor signalen deze honden aan hun soortgenoten afgeven.
De oren
Door de domesticatie zijn er naast staande oren
(die als communicatiemiddel naar voren, opzij of
in de nek gedragen kunnen worden) allerlei andere soorten oren ontstaan:
roze-oren, knop-oren, hang-oren, tip-oren en dovemans-oren.
Allemaal omdat het voldoet aan een bepaald ideaalbeeld van de mens
(zie de rasstandaarden).
Maar wat doet een hond (naast horen uiteraard) met dit soort oren?
Juist, signalen afgeven….maar dan met een behoorlijke dosis ruis.
De mimiek
Hiermee wordt de communicatie met lippen (mate van optrekken),
ogen (vervormen) en het fronsen bedoeld.
De mens heeft rasstandaarden gecreëerd die zoveel overvloedige
kopbeharing voorschrijven dat de hele mimiek als inzetbaar
communicatiemiddel is verdwenen (o.a. Bobtail, Briard).
Ook zijn er rassen ontstaan die van nature een mega-frons hebben
(sommige dog-achtigen en de Sharpei).
En wat te denken van de ogen van een Basset?
Die zijn met de beste wil van de wereld niet in een andere vorm te krijgen..
Geef je eigen ogen maar eens goed de kost en je zult versteld staan
van de grote diversiteit in de individuele verschijningen.
Er zijn exemplaren bij met een knappe (en in dit geval ook: communicatieve)
uitrusting volgens hun rasstandaard (neutraalstanden):
staart: onder de ruglijn gedragen met een haak aan het einde;
oren: staand; en mimiek: zichtbare ogen, snuit en lippen.
Maar het kan ook anders.
Er zijn ontzettend veel leuke en lieve hondjes zonder staart en zonder oren,
met bovendien soms een overvloedige kopbeharing.
Deze hondjes missen in de zin van de gedragswetenschap een aantal
mogelijkheden om op een adequate wijze te communiceren met hun soortgenoten.
Samenvattend kan gesteld worden dat vanuit de gedragswetenschap het coupeerverbod wordt toegejuicht als het gaat om het terugdringen van het aantal honden met een ‘spraakgebrek’.